Dichtbundels
Kijk ook eens bij de gedichten voor kinderen
Overzicht van mijn dichtbundels:
- September, 2011, bibliofiele uitgave, Hoorn
- Achter de spiegel de branding, 2008, uitgeverij Gigaboek, Heerhugowaard
- Verholen licht, 2005, uitgeverij Klaassen, Hoorn (met illustraties van Jikke Klaassen)
- Geestgronden, 2001, uitgegeven in eigen beheer, Hoorn.
- De horizontale tijd, 1998, MJG Uitgeefprodukties, Hoorn.
- Lichtval, 1996, uitgeverij Vink, Alkmaar.
- Een laag sprakeloosheid, 1995, uitgegeven in eigen beheer, Hoorn.( i.s.m. Bernard en Frans Nuyens)
- Lege koffers vol eb en vloed, 1995, uitgeverij Vink, Alkmaar (i.s.m. Bernard en Frans Nuyens en Rob Barbanson)
- Voor wie oog heeft, 1989, uitgegeven t.g.v. expositie Frans Nuyens in schouwburg Het Park te Hoorn.(i.s.m. Bernard en Frans Nuyens)
- Als een rivier het land, 1986, uitgeverij Opwenteling, Eindhoven. (i.s.m. Bernard en Frans Nuyens)
- Erfgeuren en andere nostalgische verzen, 1979, uitgeven in eigen beheer, Hoorn.
- Mimicry en moedervlek, 1978, uitgeverij Sanders, Alkmaar.
- Een doekje voor het bloeden, 1977, uitgegeven in eigen beheer, Hoorn.
- De leraar of de lotgevallen van een presentexemplaar, 1975, uitgegeven in eigen beheer, Hoorn
- Teken, een proeve van concrete poëzie, uitgegeven in eigen beheer, 1973, Hoorn
- Karoena, 1970, uitgeven in eigen beheer, Oudorp (i.s.m. Bernard en Frans Nuyens)
- Leer mij de liefde, 1969, uitgegeven in eigen beheer, Oudorp (i.s.m. Bernard en Frans Nuyens)
Presentatie van gedichten in schouwburg 'Het Park' in Hoorn
![]() |
| Een van de gedichten zoals die door kunstenares Cathleen > van Velzen zijn afgebeeld op de muren van schouwburg 'Het Park' in Hoorn |
![]() |
| Gastgedicht van mijn broer Bernard Nuyens |
Uit 'September':
IJsvogel
ik ging naar een lezing
over de ijsvogel
niet meer wegend dan 50 gram
10 velletjes A4 papier
blauw tot groen oranje tot bruin
veranderend met de lichtval
kleurrijk kwetsbare vogel
bijna niet waar te nemen
vaak slechts een felblauwe flits
voorafgegaan door een luide roep
broedt hij volgens de legende
op de toppen van de golven
voor deze vogel die niet tegen ijs kan
maak ik in dit gedicht een steile walkant
leg ik een beek aan vol met vissen
plaats ik een overhangende tak boven de beek
graaf ik een lange nestgang in de wal
en bouw een veilig nest
om een seizoen lang in te wonen
Uit 'Achter de spiegel de branding':
Bloemen
had hij dat nog maar mogen meemaken,
hij hield zoveel van de natuur
hij had er misschien zelfs zijn dood
voor uitgesteld want hij hield ook
veel van onnavolgbare goocheltrucs
toen de uitvaartbegeleider ernstig
aankondigde: 'alle bloemen gaan nu lopen,
dan de kist en daarna de familie'
Uit 'Verholen licht':
Chartres
ze trokken in een karavaan van stad naar stad,
de kathedralenbouwers, steenhouwers, beeldhouwers,
metselaars, timmerlieden, schilders en de glazeniers
die in zelf gemaakte kleuren boeken van glas
bliezen en de duisternis van de kerken voorzagen
van zonnige, Bijbelse stripverhalen in lood gegoten
de samenstelling van het heldere blauw
was een familiegeheim, ging van vader op zoon,
en met de laatste zoon mee het graf in
Uit 'Geestgronden'
Sering
de sering hoort naast de gouden regen
niet omdat het mooi staat,
het hoort nu eenmaal zo:
na terugkeer uit het buitenland
wist ik achter deze vertrouwde
geelpaarse bloei muurvast
het wit, rood en groen
van het ouderlijk huis.
Uit 'De horizontale tijd'
Sculptuur
vlakbij Carrara bereiken we moeizaam
fietsend een heuveltop, we staan even
stil en gaan dan naar beneden
wanneer jij voor mij de helling afdaalt,
één been gestrekt, het andere licht gebogen
en de wind je t-shirt doet fladderen
wordt mij de adem benomen
in een voorbijsuizend landschap
en zie ik in stilstand
een volmaakt beeldhouwwerk
als uit de marmergroeve getild
zolang de afdaling duurt
Uit 'Lichtval'
voor L.
ze leefde binnenste buiten
en ik alleen maar buiten
ik zag nooit waar
zij was
nu loopt ze nogal eens
met me op
zwaar op mij leunend de arm
slap naast haar lichaam
mij uit het lood brengend
en probeer ik mijn evenwicht
terug te vinden daar
waar zij niet meer is
Uit 'Een laag sprakeloosheid'
Trots
zoals ze daar ligt
is een heel leven door haar
heengegaan
waar voor kort
pijn in haar lichaam trok
ligt ze nu ontspannen
bijna trots
over haar laatste stap
nooit gedacht dat verliezen
winst kan zijn
Uit 'Lege koffers vol eb en vloed'
Mortefontaine
na zijn dood bezoek ik ze steevast
elke vakantie: begraafplaatsen met al
hun tochtige namen zonder taal
vooral aangetrokken tot de meest verweerde
zerken waarvan de jaartallen vervagen
de dood zonder leven raakt
daar in Mortefontaine,verstild tot beeld
tussen de velden draaiende zonnebloemen
neem ik mij voor na mijn terugkeer
thuis het mos uit zijn naam
te krabben, zolang zichtbaar nog
zijn sterven
Uit 'Voor wie oog heeft'
een urinoir rond middernacht
het centraal station amsterdam
in de verte holle voetstappen
de natte muur voor me geelgroen
met hier en daar een kreet
of
telefoonnummer
thuis lig jij
voor 't oprapen
Uit 'Als een rivier het land'
Regenboog
hoewel het buiten stortregent
kijkt ze niet op
of om van haar witte vel
voor haar, ze is bezig
met vogels in de lucht
en als de eerste bliksemschichten
flitsen, breekt bij haar
juist de zon
door een wit wolkendek
steevast rechtsboven
die gele lach
een spiegel op papier
die ik bij haar in serie
kan bestellen
Uit 'Erfgeuren en andere nostalgische verzen,'
met de auto komen ook
vertrouwelijke gesprekken
binnen mijn bereik
leo
wat moet er toch van hem worden
hoge bomen vangen veel wind
zegt vader ik kijk naar buiten
waar geen blad verroert
luisteren wordt onkuis
wanneer het stil is
de mug op de voorruit
wil er ook uit
Uit 'De leraar of de lotgevallen van een presentexemplaar'
Onderricht
ogen stelen ogen
hier een hemd uit een broek
daar een lege plaats
verveling staat op de banken
ik weet soms ook niet
wat ik hier eigenlijk doe
ik ben een zwerfsteen net als zij
een kei
in mijn vak
Uit 'Mimicry en moedervlek'
Kontakt
't liefst
zou ik deze bladzij
in duizend stukken scheuren
de snippers samenkneden
tot een prop
om die hard en zuiver
in uw oog te mikken
zodat u mij alsnog helpt
aan een kleurrijk gedicht
Uit 'Een doekje voor het bloeden'
ik streel hem als een vriend
ook al heeft hij vier poten
een bak
en kan hij niet lachen
ik heb nog net de tijd
om het geboortekaartje op te rapen
dat door de brievenbus
op de mat valt
voordat we voor de zoveelste keer
naar het Wilhelmina Gasthuis vertrekken
met een serie grafieken
van dalende temperaturen
en stijgende verwachtingen
ze heet Muriel
ik aai hem over zijn vacht
en zeg dat ze lief is
hij blijft alleen achter
een waakhond in een leeg pakhuis
het verzet is alleen nog maar grammaticaal
Uit 'Teken'
De kra
a
n
drupt
drupt
drupt
Midden scheiding
Ontsn pt
Kwij
t
Uit 'Karoena'
toen ik ging slapen
sleurde ik
de volgelopen dag
achter mij aan het bed in
en dacht aan de lift - gedwongen -
die ik had gegeven
aan een vlieg
van 't veld naar oudorp
Uit 'Leer mij de Liefde'
Oorlog
een koude schootverwantschap
in een wereld met gestolde bloedwanden
niemand zegt
lieve woorden


